Het verhaal van Ish 18 oktober 2019 – Geplaatst in: blog – Tags: , , , , , , ,

Ish Ait Hamou kwam als kleine jongen die enkel Frans en Arabisch sprak, terecht op een Nederlandse basisschool. Woensdag vertelde hij op de allereerste Zwijsen Academie hoe diep de impact daarvan op hem is geweest. Een paar honderd leerkrachten basisonderwijs kregen een warme boodschap mee. 

“Ik groeide op in Vilvoorde. Mijn ouders voedden ons op in het Arabisch en Frans. Veel Marokkanen in België doen dat, omdat het Frans ook in Marokko een veelgebruikte taal is. Ingeval er terug naar Marokko kon gegaan worden, is dus ook kennis van het Frans een voordeel.

Anders

Alle Marokkaanse kinderen uit mijn buurt gingen met de bus naar één specifiek Franstalig schooltje. Mijn oudere broers ook. Maar toen ik naar school zou gaan, werd de bus afgeschaft. Ik was te jong om zo ver te fietsen. Mijn ouders zagen geen andere keuze dan mij naar de lokale Nederlandstalige school te sturen. Ik haatte het daar, want ik begreep natuurlijk niks van wat er werd gezegd. Uiteindelijk is de stopzetting van de subsidie voor de bus een zegen geweest. Maar niet meteen.

Ik haatte het daar, want ik begreep natuurlijk niks van wat er werd gezegd.

Ik maakte fouten die anderen niet maakten. Een ervan was – wat dacht je – het verkeerde gebruik van lidwoorden. Voor mij waren lidwoorden zoals mama en papa: je hebt ze beiden nodig, maar je weet niet welke wanneer. Ik werd uitgelachen. En ik wilde niet anders zijn. Dan heb je de keuze: je zet door en aanvaardt dat je fouten maakt, maar je leert veel, of je haakt af en trekt je terug. Ik deed het tweede. Ik zweeg, ging achteraan in de klas zitten, stak nooit mijn vinger op. Op school probeerde ik onzichtbaar te zijn. Erbuiten genoot ik des te meer van mijn zichtbaarheid wanneer ik danste.

Voor mij waren lidwoorden zoals mama en papa: je hebt ze allebei nodig, maar je weet niet welke wanneer.

Leerkrachten zagen me als lui, ongeïnteresseerd en zelfs dom. Ik heb ondervonden hoe groot de impact is van hoe je reageert op mensen die op zoek zijn. Door een ‘performance mentaliteit’ dreigt aandacht voor het menselijke aspect verloren te gaan.

Zuur

Als 12-jarige was ik viertalig. Ik sprak Frans, Arabisch, Nederlands en Engels. In de klas zat ik vaak te dagdromen, mijn liefde voor verhalen is er altijd geweest. Na de lagere school wilde ik latijn leren, maar mijn ouders kregen ander advies van de leerkrachten en directie. En die moesten het wel weten. Ik werd ingeschreven in het TSO. Er is niets mis met die richting, maar het was niet mijn materie. Het paste niet. Ik was niet geboeid, en het ging bergaf met mij. Uit frustratie werd ik een rebel. Mijn enige doel was leerkrachten het leven zuur maken. Ik had niemand om iets mee aan te kaarten, en ik geloofde niet meer dat er voor mij nog een verandering mogelijk was.

Als 12-jarige was ik viertalig. Ik sprak Frans, Arabisch, Nederlands en Engels.

Ik ging een jaar naar Amerika en heb daar mijn laatste jaar secundair volbracht. Daarna begon ik hier aan een hogere opleiding marketing en communicatie. Tijdens de examens van het eerste semester, werd ik plots bij de directeur geroepen. Men was tot de vaststelling gekomen dat mijn Amerikaans diploma niet werd erkend. Ik moest mijn studies afbreken en mijn laatste jaar secundair overdoen. Het was een bom die insloeg. Ik weigerde, ik had er genoeg van, ik wilde gaan werken. Maar uiteindelijk deed ik het toch. Ik was al 23 toen ik mijn middelbaar diploma behaalde.

Juffrouw Paula

Ik zat dus terug in het 6e middelbaar, ongelooflijk tegen mijn zin. En mijn ongeluk werd mijn geluk. Juffrouw Paula was mijn leerkracht Engels. Ze keek anders naar mij dan ik gewend was. Van haar mocht ik boeken lezen tijdens de les, omdat ik al vlot Engels sprak. We hadden een klik, er speelden geen vooroordelen, we waren gelijken. Er ontstond een interessante dynamiek. Ze wist welke taal te hanteren om mij te bereiken. Met intonatie, woordkeuze, zinsbouw. Voor het eerst voelde ik mij op mijn gemak, ook bij de andere leerkrachten.

Ik mocht boeken lezen tijdens de les, omdat ik al vlot Engels sprak.

Ik las niet de volle 4u die we hadden voor Engels, maar de helft van de tijd. Als vanzelf begon ik ook Engelse verhalen te schrijven. Juffrouw Paula las er stukjes van over mijn schouder. Ze gaf me complimenten. Ik voelde me erkend. Ze vroeg me of er nooit iemand had gezegd hiermee verder te gaan. Maar niemand wist dat ik schreef. In de ogen van mijn omgeving waren alleen dansen, voetbal en basket mijn ding.

Juf Paula hielp me bij mijn eerste boek, Hard hart. Ze heeft mijn beeld van taal en mijn relatie ermee veranderd. Ik probeerde te veel in mijn zinnen te steken, er gewicht in te leggen, woorden te gebruiken die iets bewezen. Maar zij gaf me de raad te schrijven zoals ik denk en spreek, toegankelijk en met kortere zinnen. “Vergeet wat je denkt dat taal moet zijn”, zei ze. Zij is nog steeds mijn voorbeeld wanneer ik vandaag dansles geef. Wat telt, is dat je erin slaagt over te brengen wat je wil zeggen, dat jongeren het kunnen ontvangen.

Het zaadje

De beginjaren van ieder kind zijn bepalend voor de rest van zijn leven, ook hoe taal wordt geïntroduceerd. Ik ontwikkelde het zelfbeeld dat ik niet goed genoeg was. Het is een zaadje dat in je blijft zitten. Het zet zich ook vast op andere gebieden: ik was minderwaardig als Vlaming, als danser, als auteur… omdat ik afweek van de norm. Ik durfde niet op te komen voor wie ik was. Alleen wanneer ik op mezelf was, voelde ik me zelfzeker.

Ik was minderwaardig als Vlaming, als danser, als auteur…

Toen kwam de recensie in De Standaard. Ik werd er ‘De nieuwe Goethe’ in genoemd. Meteen werd ik door iedereen gefeliciteerd, gebeld voor interviews en noem maar op. Wat ik vond van die vergelijking? Steeds herhaalde ik hoe vereerd en dankbaar ik was.

Wie is die Goethe eigenlijk?

Tot ik de moed vond om op café aan mijn vrienden te vragen: wie is die Goethe eigenlijk? Er werd hard gelachen, maar er viel een gewicht van me af. Ik paste niet in het hokje dat anderen hadden getekend. Als je dat probeert te doen, luister je niet naar je innerlijke stem. Literaire auteurs leveren prachtig werk, maar ik had andere inspiratiebronnen. Japanse tekenfilms, bijvoorbeeld.

Spiderman

Het heeft nog enkele jaren geduurd voor het belangrijke moment. Ik zal het nooit vergeten. Na een signeersessie op de boekenbeurs zaten we met een aantal auteurs bij elkaar. We mochten van de uitgever eender welk boek uitkiezen als cadeau. Terug aan tafel stelden ze elkaar de vraag: welk boek heb jij? De een na de ander had een bejubeld literair werk uitgezocht. Ik luisterde mee, glimlachte en knikte net als iedereen bij alle ronkende namen. ‘En jij, Ish?’ Ik wist dat het zou komen. ‘Ah, ik heb een strip van Spiderman genomen.’

Het kon me niet meer schelen dat ik niet in het hokje paste.

Voilà, het was eruit. Spiderman, mijn grote held. De jongen die als kind door een spin werd gebeten, en fantastische dingen kon om anderen te helpen. Wat had ik vaak naar een spinnenbeet verlangd. Het kon me niet meer schelen dat ik niet in het hokje paste.

Fouten maken

Mijn eerste boeken schreef ik in het Engels, omdat ik nog te onzeker was in het Nederlands. Iemand daagde me uit in het Nederlands te schrijven. Ik nam de uitdaging aan. Sedertdien doe ik het in het Nederlands. Je relatie met een taal is zoals die met een mens: fouten maken betekent niet dat het geen prachtig traject wordt. Taal is er om mee te communiceren, niet om er goed in te zijn. Het is een voertuig, geen bestemming. Er moeten vooral zo weinig mogelijk drempels zijn om iemand zijn verhaal te laten doen.

Je relatie met een taal is zoals die met een mens: fouten maken betekent niet het geen prachtig traject wordt.

Mijn advies aan iedereen die (anderstalige) kinderen Nederlands leert: vooral een positieve, persoonlijke ervaring met de leerkracht als mens is belangrijk. De kracht van een kind is dat het goede bedoelingen kan aanvoelen. Begin met kleine successen, net zoals ik doe wanneer ik iemand die denkt dat hij niet kan dansen, overtuig om het toch te doen.”

 

Ish Ait Hamou is 32 en heeft twee zoontjes. De oudste is drie. Hij spreekt Nederlands met zijn mama, Frans met zijn papa en Arabisch met zijn grootouders. Omdat hij ook naar een Nederlandstalige school gaat, en dus het meest met die taal in contact komt, kijkt hij naar Franse tekenfilms op tv. 

http://www.ishaithamou.be/